Beltman, invoering nieuw boekhoudsysteem
Behoefteonderzoek · 100 synthetische respondenten · 3 aug 2026, 10:00
Valideer gericht
Overall verdict · beslissing: operationeelGebruik dit als hypothese; valideer de gemarkeerde vragen met een klein echt panel (n ≈ 50–100) of 5 diepte-interviews.
Verwachte betrouwbaarheid, gebaseerd op gemiddelde afwijkingen tussen synthetisch en echt onderzoek in vergelijkende studies. Dit is geen vergelijking met eigen resultaten uit dit onderzoek.
Management summary
De grote meerderheid van de collega's bij Beltman Installatietechniek kan nog geen oordeel geven over Fiscaro: 99 van de 100 respondenten zegt niet te kunnen inschatten of het nieuwe systeem prettiger werkt dan het huidige. Dat is geen onverschilligheid, maar een informatietekort. Over de zorgen is iedereen het wél eens: 80% verwacht in de eerste weken extra tijd kwijt te zijn, en de grootste zorgen gaan over de datamigratiekwaliteit (48%) en de maandafsluiting in de overgangsperiode (30%). Die twee punten komen ook in de open antwoorden dominant terug en worden breed gedeeld, van directie tot administratief stagiaire. Opvallend is dat de oudere leeftijdsgroepen en de kritisch betrokken collega's op alle maatstaven sceptischer zijn, wat betekent dat juist de mensen met de meeste ervaringskennis de minste verwachtingen hebben. Wat collega's vragen is concreet en uitvoerbaar: een testomgeving met echte data, een directe contactpersoon bij problemen, en zekerheid over hoe historische gegevens en lopende projecten overkomen. Als die drie zaken niet geregeld zijn vóór de go-live, is een roerige start vrijwel zeker.
Aanbevelingen
- Stel een testomgeving beschikbaar met geanonimiseerde maar realistische Beltman-data, minimaal zes weken voor de go-live, en geef elke medewerker actief de ruimte om er tijdens werktijd in te oefenen met de taken die ze dagelijks uitvoeren.
- Benoem één intern aanspreekpunt en één contactpersoon bij de implementatiepartner die direct bereikbaar zijn tijdens de overgangsperiode, en communiceer hun naam en telefoonnummer aan alle medewerkers voor de go-live, niet erna.
- Voer een aantoonbare datavergelijking uit tussen het oude en het nieuwe systeem over minimaal twee afgesloten periodes, deel de uitkomsten schriftelijk met de betrokken collega's, en bevestig per categorie dat de gegevens kloppen voordat het systeem live gaat.
- Maak een draaiboek voor de eerste maandafsluiting na de go-live met een duidelijke taakverdeling, een go/no-go moment waarop iemand met verantwoordelijkheid tekent, en een beschreven terugvalscenario als de afsluiting niet klopt.
- Vervang de algemene trainingsdag door taakgerichte instructies per functiegroep: een beknopt stappenplan voor de dagelijkse handelingen van elke rol, aangevuld met een korte hands-on sessie. Medewerkers die het systeem nauwelijks gebruiken krijgen een A4 met wat er voor hen verandert.
- Herhaal de peiling naar verwachte meerwaarde van Fiscaro nadat medewerkers de testomgeving hebben gebruikt: de huidige neutrale scores komen voort uit onbekendheid, niet uit weerstand, en een tweede meting na praktijkervaring geeft een veel betrouwbaarder beeld van het draagvlak.
1. Verwachten collega's dat ze hun dagelijkse werk beter kunnen doen in Fiscaro dan in het huidige systeem?
Verwachte betrouwbaarheid: Hoog. Gebruik dit als hypothese; valideer de gemarkeerde vragen met een klein echt panel (n ≈ 50–100) of 5 diepte-interviews.
- Zeer lage spreiding: 99% van de respondenten koos dezelfde optie. Te weinig spreiding is een bekende synthetische bias.
Ik verwacht dat ik mijn dagelijkse taken sneller kan afronden in Fiscaro dan in het systeem dat we nu gebruiken.
n = 100 · gemiddelde 2.83 · mediaan 3 · top-2-box 13% · bottom-2-box 30% · sd 0.64
- Helemaal oneens0%0%
- Oneens30%30%
- Neutraal57%57%
- Mee eens13%13%
- Helemaal mee eens0%0%
Uitsplitsing naar leeftijdsgroep
| Leeftijdsgroep | n | Gemiddelde | Top-2-box |
|---|---|---|---|
| 16-29 | 19 | 3.16 | 21.1% |
| 30-44 | 44 | 3 | 20.5% |
| 45-59 | 30 | 2.5 | 0% |
| 60+ | 7 | 2.29 | 0% |
Uitsplitsing naar betrokkenheid
| Betrokkenheid | n | Gemiddelde | Top-2-box |
|---|---|---|---|
| Hoog betrokken | 23 | 3.43 | 47.8% |
| Gemiddeld betrokken | 24 | 3 | 8.3% |
| Laag betrokken | 28 | 2.57 | 0% |
| Kritisch | 25 | 2.4 | 0% |
In welk systeem denk je je werk het prettigst te kunnen doen?
n = 100
- Fiscaro, het nieuwe systeem1%1%
- Het systeem dat we nu gebruiken0%0%
- Geen verschil0%0%
- Dat kan ik nu nog niet inschatten99%99%
Uitsplitsing naar leeftijdsgroep
| Leeftijdsgroep | n | Verdeling |
|---|---|---|
| 16-29 | 19 | Fiscaro, het nieuwe systeem 5.3% · Dat kan ik nu nog niet inschatten 94.7% |
| 30-44 | 44 | Dat kan ik nu nog niet inschatten 100% |
| 45-59 | 30 | Dat kan ik nu nog niet inschatten 100% |
| 60+ | 7 | Dat kan ik nu nog niet inschatten 100% |
Uitsplitsing naar betrokkenheid
| Betrokkenheid | n | Verdeling |
|---|---|---|
| Hoog betrokken | 23 | Dat kan ik nu nog niet inschatten 100% |
| Gemiddeld betrokken | 24 | Fiscaro, het nieuwe systeem 4.2% · Dat kan ik nu nog niet inschatten 95.8% |
| Laag betrokken | 28 | Dat kan ik nu nog niet inschatten 100% |
| Kritisch | 25 | Dat kan ik nu nog niet inschatten 100% |
De vraag of collega's verwachten hun werk beter te kunnen doen in Fiscaro, kan op dit moment niet beantwoord worden. Niet omdat mensen er negatief over zijn, maar omdat 99% aangeeft het nog niet te kunnen inschatten. Op de Likert-vraag over snelheid scoort 57% neutraal en 30% licht negatief, met een gemiddelde van 2,83 op een schaal van 1 tot 5. Slechts 13% is licht positief. Collega's tussen 16 en 29 jaar zijn relatief het meest positief (gemiddelde 3,16), terwijl de groep 60+ het laagste gemiddelde heeft (2,29). Hoog betrokken collega's zijn merkbaar positiever dan de kritische groep (gemiddelde 3,43 versus 2,40). De open antwoorden bevestigen het beeld: de terughoudendheid komt niet voort uit principiële weerstand, maar uit onbekendheid met het systeem. Dit is een direct gevolg van het feit dat de meeste collega's Fiscaro nog niet zelf hebben kunnen proberen. De thema's 'Onbekendheid met Fiscaro' en 'Hands-on oefentijd vóór go-live' zijn hier direct op van toepassing. Een herhalingsmeting na een testperiode zou een heel ander beeld kunnen geven.
Hands-on oefentijd vóór go-live
Collega's willen het systeem leren kennen door er zelf in te werken, bij voorkeur met echte of realistische data die lijkt op hun eigen dagelijkse werk. Generieke demo's en PowerPoint-presentaties worden expliciet afgewezen. De behoefte aan oefentijd is aanwezig op alle functies en leeftijden, maar de toon verschilt: jongere medewerkers willen vooral zelfstandig kunnen klikken, oudere collega's willen meer begeleiding.
“Een testomgeving met onze eigen data, ruim voor de livegang, is voor mij geen nice to have.”
Onbekendheid met Fiscaro
Een groot deel van de respondenten heeft Fiscaro nog nooit van binnen gezien of kent het alleen van een demo met voorbeelddata. Die onbekendheid is de directe oorzaak van de neutrale antwoorden op de voorkeursvragen: men kan geen oordeel geven over iets wat men niet heeft geprobeerd. Dit is geen weerstand, maar een onopgelost informatie- en ervaringsprobleem.
“Ik zou wel een paar keer rustig door het systeem heen willen klikken voordat het echt live gaat, gewoon om te zien waar dingen staan.”
“Ik ben pas drie maanden bezig dus ik weet eerlijk gezegd niet eens goed genoeg hoe het oude systeem werkt, laat staan wat er anders gaat worden.”
“Gewoon een demo die verder gaat dan de standaardscenario's zou al helpen.”
2. Waar zitten de zorgen over de overstap, en hoe breed worden die gedeeld?
Verwachte betrouwbaarheid: Midden-hoog. Gebruik dit als hypothese; valideer de gemarkeerde vragen met een klein echt panel (n ≈ 50–100) of 5 diepte-interviews.
Ik verwacht dat de overstap mij in de eerste weken veel extra tijd gaat vragen.
n = 100 · gemiddelde 3.74 · mediaan 4 · top-2-box 80% · bottom-2-box 9% · sd 0.66
- Helemaal oneens0%0%
- Oneens9%9%
- Neutraal11%11%
- Mee eens77%77%
- Helemaal mee eens3%3%
Uitsplitsing naar leeftijdsgroep
| Leeftijdsgroep | n | Gemiddelde | Top-2-box |
|---|---|---|---|
| 16-29 | 19 | 3.47 | 63.2% |
| 30-44 | 44 | 3.91 | 90.9% |
| 45-59 | 30 | 3.73 | 76.7% |
| 60+ | 7 | 3.43 | 71.4% |
Uitsplitsing naar betrokkenheid
| Betrokkenheid | n | Gemiddelde | Top-2-box |
|---|---|---|---|
| Hoog betrokken | 23 | 3.78 | 82.6% |
| Gemiddeld betrokken | 24 | 3.71 | 79.2% |
| Laag betrokken | 28 | 3.43 | 64.3% |
| Kritisch | 25 | 4.08 | 96% |
Waar maak je je het meest zorgen over bij de overstap?
n = 100
- Dat gegevens uit het oude systeem niet goed overkomen48%48%
- Dat ik het systeem niet snel genoeg onder de knie heb17%17%
- Dat de maandafsluiting in de overgangsperiode misgaat30%30%
- Dat afspraken met klanten en leveranciers niet meekomen2%2%
- Ik maak me nergens zorgen over3%3%
Uitsplitsing naar leeftijdsgroep
| Leeftijdsgroep | n | Verdeling |
|---|---|---|
| 16-29 | 19 | Dat gegevens uit het oude systeem niet goed overkomen 52.6% · Dat ik het systeem niet snel genoeg onder de knie heb 42.1% · Dat de maandafsluiting in de overgangsperiode misgaat 5.3% |
| 30-44 | 44 | Dat gegevens uit het oude systeem niet goed overkomen 54.5% · Dat ik het systeem niet snel genoeg onder de knie heb 9.1% · Dat de maandafsluiting in de overgangsperiode misgaat 34.1% · Ik maak me nergens zorgen over 2.3% |
| 45-59 | 30 | Dat gegevens uit het oude systeem niet goed overkomen 40% · Dat ik het systeem niet snel genoeg onder de knie heb 13.3% · Dat de maandafsluiting in de overgangsperiode misgaat 33.3% · Dat afspraken met klanten en leveranciers niet meekomen 6.7% · Ik maak me nergens zorgen over 6.7% |
| 60+ | 7 | Dat gegevens uit het oude systeem niet goed overkomen 28.6% · Dat ik het systeem niet snel genoeg onder de knie heb 14.3% · Dat de maandafsluiting in de overgangsperiode misgaat 57.1% |
Uitsplitsing naar betrokkenheid
| Betrokkenheid | n | Verdeling |
|---|---|---|
| Hoog betrokken | 23 | Dat gegevens uit het oude systeem niet goed overkomen 60.9% · Dat de maandafsluiting in de overgangsperiode misgaat 39.1% |
| Gemiddeld betrokken | 24 | Dat gegevens uit het oude systeem niet goed overkomen 54.2% · Dat ik het systeem niet snel genoeg onder de knie heb 16.7% · Dat de maandafsluiting in de overgangsperiode misgaat 29.2% |
| Laag betrokken | 28 | Dat gegevens uit het oude systeem niet goed overkomen 28.6% · Dat ik het systeem niet snel genoeg onder de knie heb 39.3% · Dat de maandafsluiting in de overgangsperiode misgaat 17.9% · Dat afspraken met klanten en leveranciers niet meekomen 3.6% · Ik maak me nergens zorgen over 10.7% |
| Kritisch | 25 | Dat gegevens uit het oude systeem niet goed overkomen 52% · Dat ik het systeem niet snel genoeg onder de knie heb 8% · Dat de maandafsluiting in de overgangsperiode misgaat 36% · Dat afspraken met klanten en leveranciers niet meekomen 4% |
De zorgen over de overstap zijn breed gedeeld en concreet benoembaar. 80% van de respondenten verwacht in de eerste weken extra tijd kwijt te zijn. De grootste zorg is dat gegevens uit het oude systeem niet goed overkomen (48%), gevolgd door de maandafsluiting in de overgangsperiode (30%) en het systeem niet snel genoeg onder de knie krijgen (17%). Opvallend is dat de kritisch betrokken groep de hoogste topTwoBox scoort op de tijdsverwachting (96%), wat betekent dat juist de meest kritische collega's de meeste extra tijdsinvestering verwachten. Jongere medewerkers maken zich relatief vaker zorgen over hun eigen leercurve, terwijl 30- tot 44-jarigen en ouderen de datamigratiekwaliteit en de maandafsluiting zwaarder laten wegen. In de open antwoorden worden eerdere mislukte systeemovergangen bij Beltman herhaaldelijk benoemd als reden voor het huidige wantrouwen. Dat is een relevant signaal: de organisatie draagt een migratietrauma mee dat actief geadresseerd moet worden, niet omzeild. De thema's 'Datamigratiekwaliteit', 'Maandafsluiting in de overgangsperiode' en 'Scepticisme op basis van eerdere ervaringen' verklaren dit beeld gezamenlijk.
Datamigratiekwaliteit
Collega's willen voor de livegang zekerheid dat historische gegevens, lopende projecten, openstaande posten en specifieke artikelcodes aantoonbaar correct zijn overgekomen. Velen hebben een eerdere mislukte overgang meegemaakt en vertrouwen op beloften is niet meer voldoende. Ze vragen om een controleerbare verificatiestap, bij voorkeur samen met iemand die hun eigen data kent.
“Voordat ik ook maar één cijfer in Fiscaro invoer, wil ik zwart op wit hebben wat er precies met de historische data gebeurt en hoe de kwaliteit ervan gecontroleerd wordt.”
“Vier jaar geleden hadden we ook zo'n overgang en toen klopten projectgegevens wekenlang niet, dat heeft ons veel tijd gekost.”
Maandafsluiting in de overgangsperiode
De maandafsluiting is het meest genoemde concrete risicomoment. Collega's in financiën, controlling, salarisadministratie en management wijzen er stuk voor stuk op dat een fout bij de afsluiting direct zichtbaar is voor de hele organisatie. De twee maanden overgangsperiode wordt door velen als krap ervaren, zeker als er een afsluiting doorheen loopt.
“Als de controller mij in november vertelt dat de cijfers niet kloppen omdat we net zijn overgestapt, is dat een probleem.”
“'Het oude systeem blijft leesbaar' is niet hetzelfde als een terugvaloptie.”
Directe bereikbaarheid bij problemen
Vrijwel iedereen vraagt om een benoemde contactpersoon die ze kunnen bellen als er iets misgaat, geen ticketsysteem en geen anonieme helpdesk. De wens is specifiek: iemand die de inrichting van Beltman kent en snel kan schakelen. Dit geldt voor zowel de go-live als de weken erna.
“Er moet iemand zijn die ik direct kan bereiken als er iets misgaat, niet een ticketsysteem waar je twee dagen op wacht.”
“Ik wil één aanspreekpunt bij de implementatiepartner die ook daadwerkelijk beslissingen kan nemen, niet iemand die alles moet doorspelen.”
“Ik wil weten wie ik bel als er op vrijdagmiddag voor de afsluiting iets misgaat, niet een ticketsysteem maar een directe lijn.”
Scepticisme op basis van eerdere ervaringen
Een aanzienlijk deel van de respondenten verwijst naar een eerdere systeemmigratie bij Beltman die niet goed liep. Die ervaringen kleuren hun verwachtingen sterk negatief. Ze zijn niet principieel tegen de overstap, maar ze willen eerst zien voordat ze geloven. Dit thema loopt dwars door alle functies en leeftijden heen, maar is het sterkst aanwezig bij de 45-plussers en de kritisch betrokken groep.
“De vorige keer zijn we er met een dagje instructie ingegooid en dat heeft ons maanden gekost.”
“Vier jaar geleden zijn we ook overgegaan en dat was drie maanden ellende, dus ik ga er niet zomaar vanuit dat het nu soepeler loopt.”
“De vorige migratie heeft me te veel tijd gekost om dat zomaar opnieuw aan te nemen.”
3. Wat moet er geregeld zijn voordat collega's met het nieuwe systeem aan de slag kunnen?
Verwachte betrouwbaarheid: Midden-hoog. Gebruik dit als hypothese; valideer de gemarkeerde vragen met een klein echt panel (n ≈ 50–100) of 5 diepte-interviews.
De voorwaarden die collega's stellen zijn opmerkelijk consistent, ongeacht functie, leeftijd of betrokkenheid. Ze vragen om drie dingen: een testomgeving met hun eigen data ruim voor de go-live, een benoemde contactpersoon die ze direct kunnen bereiken als het misgaat, en zekerheid over hoe hun historische gegevens en lopende projecten overkomen. Daarboven op willen medewerkers training die aansluit op hun eigen taken, niet een algemene rondleiding. De open antwoorden laten zien dat collega's die weinig met het systeem te maken hebben, zoals facilitaire of technische medewerkers, bescheidener vragen: een A4 met wat er voor hen verandert, of een korte uitleg van iemand op de afdeling. Dat is evengoed een concrete behoefte die geadresseerd moet worden. De thema's 'Hands-on oefentijd vóór go-live', 'Taakgerichte training op maat' en 'Directe bereikbaarheid bij problemen' komen hier het sterkst naar voren.
Datamigratiekwaliteit
Collega's willen voor de livegang zekerheid dat historische gegevens, lopende projecten, openstaande posten en specifieke artikelcodes aantoonbaar correct zijn overgekomen. Velen hebben een eerdere mislukte overgang meegemaakt en vertrouwen op beloften is niet meer voldoende. Ze vragen om een controleerbare verificatiestap, bij voorkeur samen met iemand die hun eigen data kent.
“Voordat ik ook maar één cijfer in Fiscaro invoer, wil ik zwart op wit hebben wat er precies met de historische data gebeurt en hoe de kwaliteit ervan gecontroleerd wordt.”
“Vier jaar geleden hadden we ook zo'n overgang en toen klopten projectgegevens wekenlang niet, dat heeft ons veel tijd gekost.”
Directe bereikbaarheid bij problemen
Vrijwel iedereen vraagt om een benoemde contactpersoon die ze kunnen bellen als er iets misgaat, geen ticketsysteem en geen anonieme helpdesk. De wens is specifiek: iemand die de inrichting van Beltman kent en snel kan schakelen. Dit geldt voor zowel de go-live als de weken erna.
“Er moet iemand zijn die ik direct kan bereiken als er iets misgaat, niet een ticketsysteem waar je twee dagen op wacht.”
“Ik wil één aanspreekpunt bij de implementatiepartner die ook daadwerkelijk beslissingen kan nemen, niet iemand die alles moet doorspelen.”
“Ik wil weten wie ik bel als er op vrijdagmiddag voor de afsluiting iets misgaat, niet een ticketsysteem maar een directe lijn.”
Hands-on oefentijd vóór go-live
Collega's willen het systeem leren kennen door er zelf in te werken, bij voorkeur met echte of realistische data die lijkt op hun eigen dagelijkse werk. Generieke demo's en PowerPoint-presentaties worden expliciet afgewezen. De behoefte aan oefentijd is aanwezig op alle functies en leeftijden, maar de toon verschilt: jongere medewerkers willen vooral zelfstandig kunnen klikken, oudere collega's willen meer begeleiding.
“Een testomgeving met onze eigen data, ruim voor de livegang, is voor mij geen nice to have.”
Taakgerichte training op maat
Collega's willen training die aansluit op hun eigen taken, niet een algemene rondleiding door het hele systeem. Meerdere respondenten benoemen expliciet dat ze niet zitten te wachten op uitleg over functies die ze nooit gebruiken. De gewenste vorm varieert: van een A4 met stappen, via een korte instructievideo, tot een begeleid doorlopen van hun eigen werkproces.
“Een korte uitleg over hoe ik een offerte of begroting opzet in Fiscaro zou handig zijn, want dat is wat ik dagelijks doe.”
“Geen twee dagen training voor dingen die ik toch nooit gebruik.”
“Gewoon een lijstje: dit doe jij, zo doe je dat.”
Uitgebreide analyse
Analyse onderzoek Beltman Installatietechniek: invoering Fiscaro
Onderzoeksvraag 1: Verwachten collega's dat ze hun dagelijkse werk beter kunnen doen in Fiscaro?
Het korte antwoord is: dat weten ze nog niet. Niet omdat ze er geen mening over hebben, maar omdat 99 van de 100 respondenten aangeeft het op dit moment niet te kunnen inschatten. Dat is een opvallend eenduidig resultaat. Slechts één persoon kiest actief voor Fiscaro als voorkeursomgeving.
Op de vraag of ze verwachten hun taken sneller af te ronden in Fiscaro, antwoordt 57% neutraal. 30% is licht negatief, 13% licht positief. Het gemiddelde van 2,83 op een schaal van 1 tot 5 ligt onder het midden. Dat klinkt als een negatief signaal, maar de spreiding is smal: de standaardafwijking van 0,64 betekent dat de meeste antwoorden dicht bij het neutrale midden clusteren. Dit betrouwbaarheidsoordeel is als 'valideer gericht' bepaald, juist vanwege die zeer lage spreiding.
Als je naar leeftijdsgroepen kijkt, is het beeld consistent: jongere collega's (16-29) zijn relatief het meest positief, met een gemiddelde van 3,16 en 21% in de positieve categorieën. De groep 45-59 en de 60-plussers hebben geen enkele respondent in de positieve categorieën, met gemiddelden van respectievelijk 2,50 en 2,29.
Vanuit betrokkenheid is het verschil groter. Hoog betrokken collega's scoren gemiddeld 3,43, met 47,8% in de positieve categorieën. De kritische groep zit op 2,40, zonder één respondent positief.
De open antwoorden maken duidelijk waar die terughoudendheid vandaan komt: de meeste collega's hebben Fiscaro nog nooit zelf gebruikt. Ze kennen het systeem van een demo met voorbeelddata, of helemaal niet. Dat is geen weerstand, het is een informatie- en ervaringsprobleem. Een werkvoorbereider van 26 zegt het direct: 'Ik wil niet een PowerPoint maar gewoon toegang tot een testomgeving.' Zolang die toegang er niet is, blijft het oordeel neutraal.
Dit onderzoek meet dus niet of Fiscaro beter is, maar of collega's al in staat zijn dat te beoordelen. Het antwoord is nee. Een herhalingsmeting na een testperiode met echte data zou een wezenlijk ander beeld kunnen geven.
Onderzoeksvraag 2: Waar zitten de zorgen over de overstap, en hoe breed worden die gedeeld?
De zorgen zijn breed en concreet. 80% van de respondenten verwacht in de eerste weken extra tijd kwijt te zijn aan de overstap. Slechts 9% denkt dat mee te vallen.
De grootste zorg is de datamigratiekwaliteit: 48% kiest dat als voornaamste punt van zorg. Daarna volgt de maandafsluiting in de overgangsperiode met 30%. Slechts 3% zegt zich nergens zorgen over te maken.
De leeftijdsgroepen laten een opmerkelijk verschil zien in de aard van de zorgen. Jongere collega's (16-29) zijn verhoudingsgewijs vaker bang dat ze het systeem niet snel genoeg onder de knie krijgen (42,1%), terwijl de 30- tot 44-jarigen en de oudere groepen zwaarder leunen op datamigratiekwaliteit en de maandafsluiting. Dat is een logisch patroon: wie meer werkervaring heeft, weet beter wat er mis kan gaan bij een migratie.
Vanuit betrokkenheid valt op dat de kritische groep de hoogste verwachting van extra tijdsdruk heeft (96% topTwoBox) én zich het vaakst zorgen maakt over datamigratiekwaliteit (52%) en de maandafsluiting (36%). Dat zijn juist de collega's die het meest weten hoe de administratie werkt.
In de open antwoorden worden eerdere systeemmigraties bij Beltman herhaaldelijk bij naam benoemd. Dat is een relevant gegeven. Het gaat niet om abstracte systeemangst, maar om concrete organisatieherinnering. Een controller van 52 schrijft: 'De vorige migratie heeft me te veel tijd gekost om dat zomaar opnieuw aan te nemen.' Een financieel administratief medewerker van 34: 'Vier jaar geleden zijn we ook overgegaan en dat was drie maanden ellende.' Die ervaringen zijn inmiddels onderdeel van de organisatiecultuur en ze beïnvloeden het draagvlak.
Dat betekent dat de invoering van Fiscaro niet alleen als een technisch project moet worden behandeld. De organisatie draagt een migratietrauma mee dat actief benoemd en geadresseerd moet worden.
Een bijkomende zorg die in de open antwoorden prominent terugkomt maar niet als aparte antwoordoptie was opgenomen, is de vraag wie je kunt bereiken als het misgaat. Vrijwel iedereen vraagt om een directe contactpersoon, geen ticketsysteem, geen anonieme helpdesk. Dit is geen luxevraag maar een basisvoorwaarde.
Onderzoeksvraag 3: Wat moet er geregeld zijn voordat collega's met het nieuwe systeem aan de slag kunnen?
De antwoorden op deze vraag zijn opvallend consistent over alle functies, leeftijden en betrokkenheidsniveaus heen. Drie dingen komen overal terug.
Een testomgeving met echte data, ruim voor de go-live. Collega's willen niet leren van een demo, maar door het systeem zelf te gebruiken met situaties die op hun eigen werk lijken. Een controller van 47: 'Ik wil voor de livegang een volledige proefafsluiting hebben gedraaid op echte cijfers, niet op testdata.' Een inkoopassistent van 29: 'Een demo of sandbox-omgeving waar ik vooraf even rond kan klikken zou fijn zijn.' De behoefte is breed, van directie tot administratief medewerker.
Zekerheid over hoe historische gegevens en lopende projecten overkomen. Dit is de meest genoemde concrete randvoorwaarde in de open antwoorden. Collega's met lopende projecten, openstaande posten, urenstaten of leveranciersgegevens willen voor de go-live kunnen controleren of hun eigen data klopt. Niet achteraf. Een projectcontroller van 39: 'Ik wil weten hoe de projectstructuur uit het oude systeem terugkomt in Fiscaro, want als die mapping niet klopt heb ik meteen een probleem met mijn rapportages.'
Een benoemde contactpersoon, bereikbaar als het misgaat. Niet een helpdesknummer, maar iemand die Beltman kent en snel kan schakelen. Dit wordt door collega's op alle niveaus gevraagd, van uitvoerend monteur tot technisch directeur.
Daarnaast vragen collega's om training die aansluit op hun eigen taken. De behoefte verschilt per rol. Medewerkers die het systeem dagelijks intensief gebruiken willen een begeleid doorlopen van hun eigen werkproces. Collega's die het systeem nauwelijks raken, zoals een facilitair coördinator of een receptionist, vragen om niet meer dan een A4 met wat er voor hen verandert. Dat onderscheid is relevant voor de trainingsopzet.
Een apart punt dat specifiek door de controllers en de financieel directeur ad interim wordt aangehaald, is de behoefte aan schriftelijke afspraken over de overgangsperiode: wat is het terugvalscenario, wie is er verantwoordelijk als de maandafsluiting niet klopt, en wat zijn de contractuele garanties rondom datamigratiekwaliteit. Dit is geen bureaucratisch detail. Voor deze collega's is het een voorwaarde om het systeem überhaupt te vertrouwen.
Onderzoeksbriefing voor een bureau
Dit onderzoek is op onderdelen niet betrouwbaar genoeg voor je beslissing. Onderstaande briefing kun je direct doorsturen naar een onderzoeksbureau.
Doelgroep
Medewerkers van Beltman Installatietechniek die dagelijks of wekelijks met de administratie werken. Denk aan financieel administratief medewerkers, salarisadministrateurs, projectleiders, werkvoorbereiders, servicecoördinatoren, controllers en operationeel managers. Werving verloopt intern via de opdrachtgever. Respondenten moeten actief gebruik maken van minimaal één van de huidige systemen voor facturatie, urenschrijven, materiaalboekingen of maandafsluiting.
Te valideren hypotheses
- Collega's verwachten dat ze hun dagelijkse werk beter kunnen doen in Fiscaro dan in het huidige systeem van losse programma's.
- Zorgen over de overstap naar Fiscaro zijn breed gedeeld onder de betrokken medewerkers, niet beperkt tot een enkele functiegroep.
- Er zijn concrete randvoorwaarden die geregeld moeten zijn voordat medewerkers zelfstandig met Fiscaro aan de slag kunnen, en er is brede overeenstemming over welke dat zijn.
Aanbevolen methode
Kwantitatieve vragenlijst (online survey), afgenomen onder de volledige interne doelgroep. Deze methode maakt het mogelijk om per functiegroep te vergelijken en geeft inzicht in hoe breed bepaalde zorgen en randvoorwaarden worden gedeeld. Aanvullend zijn enkele korte diepte-interviews met vertegenwoordigers per functiegroep aan te raden om de antwoorden op de open vragen te duiden.
Steekproefomvang
De interne doelgroep is beperkt in omvang. Streef naar volledige deelname van alle relevante medewerkers. Bij een respons van 50 deelnemers bedraagt de foutmarge ongeveer 13,9 procentpunt, bij 100 deelnemers ongeveer 9,8 procentpunt. Hoe hoger de respons, hoe betrouwbaarder de uitspraken per functiegroep. Zorg in elk geval voor voldoende deelname vanuit elke functiegroep om subgroepanalyses mogelijk te maken.
Aandachtspunten
Let op dat de vraagstelling rond verwachtingen over Fiscaro neutraal is geformuleerd: de synthetische meting liet vrijwel geen spreiding zien, wat een aanwijzing is dat sociaal wenselijke antwoorden op de loer liggen. Bied expliciete ruimte voor kritische of gemengde reacties. Maak anonimiteit zichtbaar en geloofwaardig, zodat medewerkers vrijuit kunnen reageren over zorgen en randvoorwaarden. Segmenteer de resultaten minimaal op functiegroep, omdat de impact van de overstap per rol sterk kan verschillen. Houd er rekening mee dat de overgangsperiode van twee maanden een concrete ankervraag kan zijn: wat moet er in die periode beschikbaar zijn?
Methodologie en beperkingen
Dit onderzoek is uitgevoerd met synthetische respondenten, niet met echte mensen. De 100 respondenten zijn gegenereerde profielen die de vragenlijst zelfstandig hebben beantwoord.
De resultaten zijn richtinggevend voor hypothesevorming en conceptkeuze, en vormen geen statistisch representatieve steekproef van de doelgroep.
Gebruik absolute percentages en prijspunten niet als hard cijfer. Relatieve verschillen en genoemde thema's zijn bruikbaarder dan de absolute niveaus.
Validatie met echte respondenten wordt aanbevolen vóór grote beslissingen.
Hoeveel echte mensen daarvoor nodig zijn, is een rekensom. Bij een aselecte steekproef en 95% betrouwbaarheid:
| Echte respondenten | Foutmarge |
|---|---|
| 50 | ± 13,9 pp |
| 100 | ± 9,8 pp |
| 150 | ± 8 pp |
| 385 | ± 5 pp |
| 1.068 | ± 3 pp |
Deze marges gelden voor echt veldwerk en zeggen niets over de uitkomst hierboven. De 100 synthetische respondenten zijn geen aselecte trekking uit de doelgroep, dus er hoort geen foutmarge bij.
Het veldwerk is uitgevoerd door een AI-model. Een ander model kan tot andere antwoorden leiden; de berekeningen en betrouwbaarheidsoordelen zijn modelonafhankelijk en worden deterministisch in code bepaald.
Betrouwbaarheidsscores in dit rapport zijn een verwachte betrouwbaarheid, gebaseerd op gemiddelde afwijkingen tussen synthetisch en echt onderzoek in vergelijkende studies. dit is geen vergelijking met eigen resultaten uit dit onderzoek.
Een uitsplitsing laat geen percentage zien bij minder dan 5 respondenten in een segment. Het aantal staat er wel; dat is de informatie die je nodig hebt.
4 citaat(en) zijn weggelaten omdat ze niet letterlijk in de antwoorden terug te vinden waren.